De traditie van het Loribaft-tapijt is diep geworteld in de nomadische culturen van het Midden-Oosten, specifiek verbonden met de Luri- en Qashqai-stammen. Deze tapijten werden historisch gezien vervaardigd voor persoonlijk gebruik, ontworpen om warmte en bescherming te bieden in ruwe omgevingen, en werden vaak geweven op draagbare horizontale weefgetouwen die gemakkelijk konden worden verplaatst tijdens seizoensgebonden migraties.
De term 'Loribaft' verwijst naar een specifieke weefstijl die de nadruk legt op een dikkere, zachtere pool en een meer ontspannen, spontane benadering van het ontwerp in vergelijking met formele, in de stad gemaakte tapijten. Deze stijl kenmerkt zich vaak door een focus op de kwaliteit van de wol, die doorgaans met de hand gesponnen en geverfd is met natuurlijke pigmenten om die kenmerkende diepe, aardse tinten te creëren.
Visueel staan Loribaft-tapijten bekend om hun minimalistische aanpak, waarbij ze vaak grote kleurvlakken tonen die worden onderbroken door kleine, symbolische motieven. Deze ontwerpen worden niet vooraf op papier gepland, maar ontstaan organisch terwijl de wever werkt, waarbij gebruik wordt gemaakt van tribaal erfgoed en persoonlijke verhalen om een oppervlak te creëren dat zowel eenvoudig als diep expressief is.
Vandaag de dag worden deze tapijten door verzamelaars zeer gewaardeerd om hun authenticiteit en het menselijke verhaal achter elke knoop. Het bezitten van een Loribaft-stuk is meer dan alleen het aanschaffen van een vloerkleed; het is een investering in een cultureel erfgoed dat vaardigheid, traditie en de blijvende schoonheid van nomadische kunstzinnigheid voorop stelt.