De traditie van het weven van platgeweven kleden, bekend als Kelims, is diep geworteld in de nomadische culturen van het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Deze textielsoorten werden oorspronkelijk door tribale gemeenschappen gemaakt voor praktisch gebruik als vloerbedekking, wandkleed of opslagtas, waarbij elk ontwerp het specifieke erfgoed en de omgeving van de wever weerspiegelde.
De term 'Kelim' verwijst naar een specifieke tapijtweeftechniek waarbij de inslagdraden door de scheringdraden worden gehaald om een plat, poolloos oppervlak te creëren. Deze methode resulteert in een lichtgewicht maar ongelooflijk sterke stof die zeer gewaardeerd wordt om zijn veelzijdigheid en duidelijke, scherpe geometrische lijnen.
Kenmerkende elementen van deze kleden zijn vaak gedurfde, herhalende motieven zoals diamanten, driehoeken en gestileerde bloemvormen. Het levendige kleurenpalet wordt traditioneel bereikt met natuurlijke kleurstoffen uit wortels, bloemen en mineralen, die de wol een subtiele, gevarieerde diepte geven die door de jaren heen prachtig evolueert.
Het bezitten van een handgeweven Afghaanse Kelim is een kans om verbinding te maken met een eeuwenoud ambacht. Deze stukken worden door verzamelaars zeer gewaardeerd om hun culturele betekenis en de persoonlijke touch van de ambachtsman, wat een erfenis van vaardigheid vertegenwoordigt die nog steeds vitaal en relevant is in hedendaagse woningen.